Iedere maand plaatsen we hier een gedicht waarin het woord Granaatappel is verwerkt.

Juni 2017

Zeven vette jaren

De rivier is tot aan de randen rivier.
Tussen de tarwe bloeien korenbloemen.
Maalstenen van molens draaien zingend rond.
Voorraadschuren moeten worden bijgebouwd.
Op de markt glanzen granaatappels en druiven.
Elke man en vrouw ruikt naar honing en parfum.
De god van de rivier overstroomt ons.

Zeven magere jaren

De bedding van de rivier is grijs van stof.
Akkers vallen in scheuren uit elkaar.
In lege graanschuren liggen dode muizen.
Zuigelingen en krokodillen sterven van honger.
Sterren staan verdroogd aan de hemel.
Geen mond is er die nog een lied zingt.
De god van de rivier heeft ons verlaten.

©Jos van Hest

Mei 2017

Zittend onder een granaatappelboom
lacht mijn moeder 
de dwaasheid van goden uit
voor een appel eeuwig verbannen? 

©Ofran Badakhshani

April 2017

Granaatappel is seizoenloos 
wanneer je lacht
bloeit hij. 

©Reza Kazemi
vertaald door Nafiss Nia

Maart 2017

Kijk, glas!
voor Bořek Šípek 

Helder kristal stal
voor een stuiver tederheid. 

De muren schrokken open
en het huisraad werd transparant. 

Jij schoof een gehalveerde
granaatappel op mijn bord. 

Bloedstollende broosheid.
Kijk hoe ze vlamt.

©Jana Beranová 

PS Bořek Šípek (1949-2016) was een internationaal bekend glaskunstenaar

Februari 2017

Ruman

Het was als vallen -als het vallen in haar dromen, peilloos, oneindig. Maar dan omhoog, in een onmetelijk lichte donkerte. Alsof een onzichtbaar plafond in haar binnenste zich opende. En nog een. En nog een. En… Een implosie van liefde. Alsof ze opsteeg in zichzelf, zichzelf ontsteeg, ineens inzicht kreeg in het leven zelf.

Een flits. IJle herfstlucht. Dwarrelende blaadjes, geel, roodbruin en goud, glinsterend getooid met wat nog restte van de regendruppels van de bui even daarvoor, uitbundig overgoten door triomfantelijke zonnestralen. Het beeld is bevroren: glorieuze confetti gevangen in de tijd, vederlicht, voor eeuwig vastgelegd in haar herinnering. Feilloos ditmaal. Het gevoel van de koude wind op haar wangen. Haar brandende hart. Het trillen van haar intens dankbare wezen. Ze stroomt over.

Een zoete geur vult haar neus. Zijn hand over haar mond. Vingers die iets tussen haar lippen duwen. De smaak van granaatappel op haar tong, de zaadjes geplet tegen haar tanden. Het plakkerige sap vermengt zich met een spoortje bloed uit haar stukgebeten onderlip. Ze kauwt op de pitjes en voelt zich opgetild. Zijn geest vloeit diep in haar, daar waar hij zich verstijven kan. Overweldigend genot. Genade!

Zijn handen glijden langzaam van haar hals naar beneden, koel op haar warme huid. Ze huivert van verlangen. Weet zich bemind en begeerd; gewaardeerd en gerespecteerd. Weet ook: er zijn geen grenzen aan deze liefde, die zich op ieder denkbare manier zal uiten, een weg zal zoeken, ondergronds of bovengronds, of beide. Sluit haar ogen. Ze is wakker, zo wakker! En waakt over deze man en zijn welzijn, bewust. Wat is, is. Zo vrij als ze is, ze behoort hem toe.

©Aya J.D. Dürst Britt

Januari 2017

DERTIEN MANIEREN OM NAAR EEN GRANAATAPPEL TE KIJKEN

I
Geen enkele granaatappel
heeft er ooit om gevraagd
een metafoor te worden.

II
Ik weet niet waar ik meer van hou
anticipatie of voldoening
het moment vlak voor ik een granaatappel openbreek
of het moment vlak daarna.

III
Mijn gedachtes exploderen complex
als het spittende sap van een granaatappel.

IV
Ik eet de pitten van de granaatappel in hun geheel.
Sanne knabbelt het vlees van de pitten
en gooit de harde, kleverige harten terug in het bakje.

V
In de chaos van de fruitschaal
is de granaatappel
de enige die stil ligt.

VI
Achter elke granaatappel
zit iemands baan
en nog iemands baan.

VII
Een granaatappel is geen object
maar een proces
van bloesem tot rot
waarbinnen het granaatappelt.

VIII
Elke granaatappel
is ook een artefact
van culturele barbarij.

IX
Een zin is als een granaatappel
zowel volkomen zichzelf
als volkomen alles om zich heen.

X
Er bestaat een gelukkig mens
die haar leven besteedt aan het marketen
van granaatappelsap
dat ze niet lekker vindt. 

XI
Hij stommelde naar beneden
en nam uit absurdisme
een hap uit de plastic granaatappel. 

XII
Het woord “granaatappel”
geeft je geen street cred.
Een granaatappel ook niet.

XIII
Op zijn t-shirt staat een granaatappel
met daaronder het woord granaatappel.
Zelf kijkt hij verstoord op van zijn laptop
naar een merel.

©Max Urai
Met dank & excuses aan Dennis Gaens, wiens gedicht Dertien Manieren Om Naar Een Banaan Te Kijken ik schaamteloos heb geappropriate.  

December 2016

​Eenvoudige kleur 

De lucht blauwer,
het water blauwer. 

Ik ben op de veranda, Rana aan de vijver. 

Rana wast haar kleren.
De bladeren vallen.
Vanochtend zei mijn moeder: ‘Het is een somber seizoen.’
Ik zei tegen haar: ‘Het leven is een appel, bijt er met
schil en al in.’ 

De buurvrouw weeft een net in haar raam, ze zingt.
Ik lees "Veda", soms teken ik
een steen, een vogel, een wolk.​​

Constant zon.
Spreeuwen zijn er.
Onkruid duikt op.
Ik ontpit een granaatappel en mijmer:
Wat was het fijn geweest als ook bij de mensen
de pitten van hun hart te zien waren. 

Granaatappelsap springt in mijn oog: ik huil.
Mijn moeder lacht.
Rana ook. 

©Sohrab Sepehri
vertaald door Nafiss Nia

November 2016

… en toen kregen wij voor het eerst woorden 

naast de vijgen wou hij per se een appel in mijn boom.     
twijfel sloeg toe, waarom zo per se?
hij gaf geen uitleg, dwingt herhalend: 

een appel, een rode, een glanzende, een granaatappel! 

Oké
zei ik
de boom is ook van jou
dus nu groeit er
een rode naast mijn vijgen
in De boom
pak maar, zei ik
wat van mij is
is ook van jou
met een zucht zei hij toen
" Ik weet het lief ! " 

Elke dag strekte hij zijn hand uit naar de granaatappel
en elke dag trok hij trillend zijn hand weer terug
ik en de wijze, de slang, bekeken het op een afstand
Pas op, sliste mijn wijze vriend
dit zal de ondergang worden. 

Wanneer ik vraag waarom hij de appel niet pakt
kijkt hij weg
kijkt hij naar beneden
groeien er rimpels op zijn voorhoofd
en moet hij praten met zijn heer
lang staat hij dan met een gebogen hoofd,
ligt zijn voorhoofd tegen
zijn altaar
zijn voorhoofd tegen een heilige muur
zijn voorhoofd tegen de vloer
maar vreugdevoller lijkt hij niet te worden
De rimpels groeien
hij zegt te willen
maar niet te mogen
Niet te mogen?
Van wie?
Hij zegt te huilen
omdat hij niet durft
hij durft niet zegt hij 

Die nacht
liggend in het geurende gras,
met De wijze slapend ingekrult onder mijn oksel,
de zilveren randjes van het fruit schitteren zoals altijd
omdat de maan haar maanstof
over ons heen had geblazen,
het zilver van het fruit weerspiegelde zich in zijn ogen,
Die nacht hij liet zijn lange zwarte haren los
terwijl hij zijn vingers liet dansen op mijn buik,
zijn lange haren kittelden mijn dijbenen
en zijn lippen lieten natte sporen achter op mijn borsten
hij streelde mijn lichaam
zoals alleen De wijze het eerder had gedaan
hij bracht mijn sterren, zeeanemonen en
hoogtepunten,
daarna hij pakte mijn hoofd vast en
fluisterde in mijn oor
met zo'n hevigheid
alsof zijn leven ervan af hing
met zo'n hevigheid
dat ik bijna vergat om te ademen
Hij fluisterde 

Pak die granaatappel 

doe  het  dan 

proef  dan 

één  klein  hapje  maar 

Pak  die appel 

doe  het  dan 

doe  het! 

Ik nam hem op met mijn blik
ik nam hem helemaal op met mijn blik
alles legde ik vast
in het eeuwige geheugen
ik liet hem niet los met mijn blik
terwijl ik mijn hand uitstrekte
en de appel pakte
met een ruk
lag de rode glanzende appel in mijn hand 

Zijn adem stokte 

hem strak aankijkend
nam ik de hap
ik scheurde de appel in tweeën met mijn tanden
ik spuugde de bittere pitten uit
ik kauwde
ik slikte.... bijna   
het rode sap gleed langs mijn kin
viel op mijn borsten
druppelde op mijn ronde buik
viel tussen mijn benen
op de aarde
op de oude
droge
gebarsten
aarde…

©Gita Hacham

Oktober 2016

Eerst was de appel
de verboden vrucht
die gaf zich niet gewonnen
via de slang zocht hij Eva
de enige bewoner van de hemel
met een gleuf, zacht als boter
onze vader trapte in
hij had boter op zijn hoofd
althans als het sprookje
van de schepping klopt en
waarom we op aarde zijn

Laten we het sprookje
het voordeel geven
van de twijfel
Adam en Eva neukten zich suf
ze hadden toch niets anders te doen
tot er kinderen kwamen
de eerste broedermoord was een feit
ze maakten elkaar af
er kwamen steeds meer
broertjes en zusjes
deze sloegen aan het seksen
ze doodden er op los
steen, mes en dolk gingen
het geweer en de kanon voor
toen kwam de granaat
lekker passend in je hand
als je hem gooit
maak je meerderen ineens
kapot

De appel zorgde dus voor de komst
van de granaat
de fusie van deze twee
in de Nederlandse taal
is wreed
hoe noem je anders
een heerlijke vrucht: granaatappel
terwijl die in mijn moedertaal
Henaar heet...

©Ibrahim Selman

September 2016

Wil je een koekje bij de thee?
En als je thee op is, hoop ik dat je er nog een wilt
of koffie kan ook. Anders iets wat erop lijkt. Granaatappelsap.
Daar sta ik ook open voor.

Wat ik eigenlijk bedoel, is of je alsjeblieft nog even wilt blijven zitten
alsjeblieft nu het nog kan, dat ik dan kan zeggen wat ik wil. Dat ik je nog niet kwijt.
En leg je dan ook even je telefoon naast je bord, misschien kun jij dat doen.

Je weet toch wel dat als de zon schijnt een boom sneller groeit of een struik
en ze het vermogen hebben om te horen en onbevangen te luisteren naar water.

©Hava Güveli

Augustus 2016

Granaat

Een granaatappel en een handgranaat verschillen van elkaar
Als het eeuwig leven en de dood
Het Oude Egypte geloofde dat het sap van de vrucht je onsterfelijk maakte
Helaas zoeken we in onze tijd liever naar methoden om te doden

©Leo Mesman

Juli 2016

 

Zwaartekracht

Ik heb je lief
ik zie je
ik ruik je
je suiker smelt in mijn hart
in mijn linkerhand groeit de
granaatappelboom van je herinnering
je herinnering opent de zomer
de zomer plukt de warmte
de warmte verlicht de zon
de zon nestelt zich in je fruit
je fruit vaart met de zwaartekracht mee
op de aarde ontmoeten we elkaar
zij aan zij, pit aan pit
ik pluk je voorgoed
ik verberg je voorgoed
de granaatappel van mijn hart
ik ruik je
ik zie je
ik heb je lief.

©Nafiss Nia

Juni 2016

Hoe jij en ik functioneren

Met je ogen op de man
wiens schouders
al aan het vervellen zijn
vouw je ezelsoren
zodat ik je niet vergeet.

Pitjes van de granaatappel
voeg ik toe
aan de kleur van je wangen.
Je ogen
vul ik met groene asperges.

Ik zal je insmeren
wanneer de zon
je rug laat branden
de oren terugvouwen
als ik aan je denk.

©Lynn van Ewijk

Mei 2016

Wanneer de granaatappel van je hart barst

Mijn handen verdragen
jouw eenzaamheid niet
wanneer de granaatappel
van je hart barst
en pit voor pit in
mijn mond terechtkomt
zodat het rood van mijn gelach
jouw kleur krijgt.

Ontneem me jouw omhelzing niet
mijn meester
de wereld begint in
jouw handen. 

©Abbas Maroufi

April 2016

Straten vol parels
huizen groen, geel, roze en wit
vrouwen met jurken vol voorspoed

liefde, rust, granaatappel en appel
het gerecht rijst met dille en vis, de geur van nieuwjaar

kamers overladen met bloemen en zoetigheid
en kiezen die kauwden
leven, aders, bloed, zucht en zelfs
de dwaze lente bomen, de wilg

en ... het meisje dat angstig om haar leven rende
door de tuinen die vol zijn van hoofden
lichamen die de tiran onthoofdde-
elke tijd, elk verlangen elke hoop

...

de vuisten die jullie tot bal maakten
de kelen die uitschreeuwden
om de vijand naar het huis uit te nodigen
naar het huis dat nooit vreugde
en genot had gekend. 

©Sheema Kalbasi

Maart 2016

Geen nieuwe dagen

De wind volgt mijn adem
langs de granaatappels in oma’s tuin
de zee niet ver geeft alles
een laagje zout, het konijn met de ogen
hoog in zijn kop ligt plat
als oma’s brood op het oude gras

het was niet haar schuld dat het deeg nooit wilde rijzen
zij kon nu eenmaal de dingen niet van de aarde loskrijgen

Ik voel het gras naast het konijn, als plastic haar
het veert niet terug
er valt geen dag meer te rekken.

©Froukje van der Ploeg

Februari 2016

Zeg het me.
Nu je op een stoel zit, handen
achter het hoofd, oog opzij. Vertel

aan mij hoe de regen valt. Hoe
de hemel valt, de laatste regen valt
en bloesem in de straat, je haren en de geur 

van wolken, het ademen van vruchtbare
appels in een schaal. Niet
zoals je kijkt.

Om beet te pakken en op te eten.
Een huilende man
die in een granaatappel bijt.

©Gerry van der Linden

Januari 2016

Schuldig landschap

Mij werd een gezicht gegeven en ik hoorde een stem
terwijl ik uitkeek over de bouwputten
van Utrecht Terwijde, Houten Castellum,
IJsselstein Zenderpark, Basmath, Isaschar,
Ramoth in Hesed, o Elon Beth-Hanan! 

Huilt, gij inwoners der laagte,
want dit is een dag van verbolgenheid,
een dag van benauwdheid en angst,
een dag van woestheid en verwoesting.
Uw land zal zekerlijk zijn als Sodom,
een netelheide en een zoutgroeve
en een verschrikking tot in eeuwigheid. 

Want zie, er is een kwaad over u gekomen:
men heeft u een huis gemaakt gelijk het huis Jerobeams
en gelijk het huis van Baesa de zuster van Fatima,
en gelijk het huis van Naboth den Jizreëliet,
en gelijk het huis van Edom,
en gelijk het huis van iedereen. 

Geen schoonheid uit vuile handen ontloken,
zoals de harde schelp uit de weke slak.
zoals de cederen uit het geringe zaad,
maar altaren voor de aardoliegeest
zover het oog reikt. 

Hoort nu! De geest voerde mij uit in den geest,
en zette mij neder in het midden
ener vallei: deze nu was vol beenderen.
En hij sprak tot mij: mensenkind,
zullen deze beenderen levend worden?
Profeteer over deze beenderen!
Aldus profeteer ik, gelijk mij bevolen is: 

Ooit zag ik aan uw woningen de ramen
met balkonnetjes en lijstjes omkranst,
als ogen sierlijk zo keken zij het huis uit
met krullende wimpers, verleidelijke oogopslag.
Nu zie ik uw huizen kaalgeslagen als schedels
met holle oogkassen die naar binnen staren. 

Ach weet gij nog hoe Hiram twee pilaren vormde:
de kapitelen waren van leliewerk in het voorhuis,
en tweehonderd granaatappelen waren in rijen rondom.
En den rechterpilaar opgericht hebbende, zo noemde hij hem Joachim,
en den linkerpilaar opgericht hebbende, zo noemde hij hem Boaz. 

Maar nu zie ik in de hoge huizen slecht kale pilaren,
afgekloven botten, naamloos beton.
Uw bouwmeesters zijn grafdelvers
in dienst van computers. 

Wee die tot het hout zegt: Wordt wakker!
of Ontwaak! tot de zwijgenden steen.
Er is in dit land geen geld voor schoonheid,
enkel voor schoonheidscommissies. 

Dan zal ik tot het volk een reine spraak wenden.
Stadsplanners, projectontwikkelaars, architecten,
jullie slaan mijn tanden kapot met de koevoet van jullie gelijk,
zien jullie niet hoe ik bloed?
Hele wijken heb ik roodgeverfd met mijn bloed!
Wee der bloedstad! Hare kinderen zijn
op het hoofd aller straten verpletterd geworden
en hangen verspreid aan de muren van winkelcentra.

Huilt, gij inwoners der laagte,
want gij hebt uzelve een pornocratie gesteld.
De sierselen des geestes hebt gij op niets gesteld.

Daarom zal ik een vuur in Hazaels huis zenden,
dat zal uw laaglandpaleizen verteren.
Ik zal het winterhuis met het zomerhuis slaan. 

Neen, gespuis van huizenbouwers,
daar is geen samentrekking voor uw breuk!
Allen die het gerucht van u horen, zullen de handen over u klappen;
want over wie is uw boosheid niet geduriglijk gegaan?
Te dien tijde zal ik ulieden herwaarts brengen
en de elpenbenen huizen zullen vergaan
en de grote huizen zullen een einde nemen. 

Aldus sprak de Geest tot uw dienaar
en een stem als van twee instortende torens zeide:
schrijf het gezicht en stel het duidelijk op tafelen
opdat daarin leze wie lezen kan.

©Alexis de Roode

December 2015

In de Granaatappelstraat

In de Granaatappelstraat
groeien aan granaatappelbomen 

granaatappelkinderen
met granaatappelwangen 

’s morgens happen ze
in granaatappelflappen 

eten ze granaatappelmoes
met granaatappelstroop

’s middags zetten ze
hun granaatappeltanden 

in granaatappelkoeken
en granaatappeltaarten

 ’s avonds slurpen ze
met granaatappelmonden

 granaatappelsap en als ze
er groot genoeg voor zijn

 granaatappelwijn

©Jos van Hest

November 2015

Onaangeroerd zoet

Onaangeroerd lig ik
bij je op tafel
op een ietwat
te harde schaal

dagenlang lig ik
naar je te lonken
telkens wanneer je
de keuken binnenkomt

pak me op
grijp me beet
en knijp me in
m’n bloedrooie lijf

kijk naar onder
met verwondering, en
gloei op bij het zien
van mijn spleet

aanschouw mijn
volmaakte wezen
kan ik niet voor altijd
je geliefde zijn

snij me open
ik toon je
m’n zoetste delen

die pracht gaat je verbijsteren
m’n zaad gaat je behagen
en ik zal je geven
onsterfelijkheid.

©Méland Langeveld

Oktober 2015

Baroon baroone

elke wolk verspreidt zich
bij elke druppel die verdampt
een bedding blijft een bedding
een bui blijft een bui
altijd

zal de drooggevallen rivier
weer vallen totdat zij opstijgt

de granaatappel zingt 
in het mondje van de zomer
terwijl ze haar bloed vergiet 
voor de gevallenen
haar zoete oorlog komt als regen

bij elke druppel herdenken we 
de extase van het vallen
alsof we vruchtbaarheid doorgronden
bij elke pit die we spuwen

we verspreiden ons
in wat niet stollen kan 

vangen dit lied nogmaals aan

©Marjolein Pieks

September 2015

Nectar van de herfst

In een herfst
gaf mijn vader geld
‘Ga maar naar de groentewinkel en koop met dit bedrag
twee kilo nectar van de herfst’.
Ik ging naar de groentewinkel
‘Geef mij alstublieft twee kilo nectar van de herfst’.
De groenteman vulde een zak
met rond fruit,
ik keerde terug naar huis.
Toen vader mijn voetstappen hoorde
zei hij tegen me:
‘Heb je de granaatappels meegenomen?’
‘Nee vader ik heb nectar van de herfst gekocht’.
Sindsdien wacht ik
op de komst van de herfst.

©Baban Kirkuki

Augustus 2015

Sappig 

Als parels verscholen onder een harde schil,
het vruchtenvlees dat het licht wil zien.  

Daar waar de zaden met velen zijn in het hart
van de granaatappel, zo bezit hij talenten, 
opgestapelde en nog niet eerder aangeraakte.  

Met hun donkerrode kleur als teken van hevige
vruchtbaarheid blijven ze hangen in zijn baard.  

Kansen kreeg deze jonge kerel maar hij liep ze 
omver, genoot van levenskracht op de wangen 
van schoonheden.  

Nu hij ouder is, omhelst hij de granaatappels voor 
de herinneringen uit het paradijs en als geschenk
tegen onsterfelijkheid.  

©Erika De Stercke 

Juli 2015

In granaatappel zit het woord ana, zie ik nu 

Het was die zomer waarin ik niet wist hoe heerlijk ik was
en jij steeds meer ging lijken op je hond.

Dat vreemde seizoen waarin ik voor lief nam
hoe jij granaatappels brak met jouw handen 

en we aan de rand van het zwembad 
onze afdruk zagen verdampen op de tegels.

Er was een meisje, ik noem haar Ana (at niet)
bewoog als een marionet, ze zwom haar baantjes,

verdeelde het water in voor en in na; er groeiden haren
op haar rug en draden uit haar gewrichten die iemand daarboven 

leek te hanteren, keek dwars door je heen. Later kwam het moment
waarop je iets zei over mijn wimpers, hoe lang en hoe zacht

en ga je mee zwemmen en we haar met wijdopen armen
in het water op haar honger zagen drijven.

Ik denk nog aan haar als ik granaatappel proef,
honden zie die op je lijken. 

©Frouke Arns

Juni 2015

Pitten

Achteruit
rijmen
verzonken struiken
vijgen

hitte vervolgd
rijpe granaatappels
uitlopend
knapperig
barstend.

©Vesna B. Spring

Mei 2015

Stem

Tussen het rode sap van mijn oma,
en de bloedplas naar het riool van de steeg,
vloeit een stem.

Tussen de naïeve liefde
en de geur van het hiernamaals in de lucht
is een stem geboren.

Tussen de duisternis van een cel 
en de schijn van vrijheid
wordt er gezocht naar een stem.

Tussen het stille gebed van mijn moeder
en de wind op de fiets
achtervolgen de stemmen mij.

Als de granaatappel ver van de boom valt,
weet dat er oorlog komt.
Ga dan maar
neem mijn leven mee
ook al kom je nooit meer terug.

De granaatappel lacht.
Elk robijn zoet draagt de smaak van de toekomst en zegt:
“Deze wereld houdt van jou.
”Elk robijn zuur drijft de vergetelheid weg en zegt:
“Je zult van deze wereld moeten houden.
”De liefde is rijp
de bloedige tanden schreeuwen haat uit
en er is slechts een echo te horen
en een stem.

©Amal Karam

April 2015

GROEP 6

`Heerlijk ondersteunend materiaal'
twee juffen bekijken een tafel
bij het schoolbord voorin het lokaal
waarop een kleed van witte taft ligt
geplooid en gedekt met schalen vol

mandarijnen, nootmuskaatnoten
oesterschelpen, gebroken broden
peperkorrels, kruidnagels, druiven
opengesneden granaatappels
voor mijn kunstlesje Beroemd Eten

geschikt als op een stilleven van
een kunstschilder uit de Gouden Eeuw
wiens werken de kinderen zien op
plaatjes en wat toen model stond nu
mogen voelen, ruiken en proeven

waarna we in het Rijksmuseum
zonder aan te raken of schreeuwen
de schilderijen gaan bekijken
waar een druk jochie vooruit rent en
de klasgenootjes tot haast maant naar

de Festoen van vruchten en bloemen
van schilder Jan Davidsz. de Heem
uit de tweede helft zestiende eeuw
hij blij roept, wijst en met zijn handen
druipgebaren maakt rondom zijn mond

`kijk, dit is de allerlekkerste
hij zet hem precies in het midden
met allemaal bloemen er omheen
omdat het de belangrijkste is
het beste dat ik ooit heb gegeten'

©Diana Ozon

Maart 2015

Afslag Oost / Vadergedachten VII

Binnen de ring is dit
de straat waar je dochters huisvest
je klopt raam aan raam voor een kamer
slaagt erin naast een groenteman

met hem spreek je onderhands af
dat hij gave waar te eten geeft
zelfs van hun laatste centen
op dagen dat het wintert

je draagt elke maand breekbrood aan
voor een goedgevulde maag
past hij er naadloos een granaatappel bij

drukt de gratiën op het hart
doe behoedzaam met schil en pitten
dat je je niet in happen verslikt

wacht dan tot de wangen kraken
van kleur vlamt er even een blos
binnenin barst het van leven

©Frans Terken

Februari 2015

Voor NN

Toen ik wakker werd
dacht ik, nu weet ik
de antwoorden, of eigenlijk
dat er geen vragen
zijn,
meer zijn.
                   Maar,
nog voor ik uit
bed stapte begon het weer
          waarom zijn vrouwen mooier dan mannen
          waarom blijven granaatappels zo lang vers
          waarom Excel
          waarom werd ik wakker
Het vervolg laat zich raden.  

©Nanne Nauta

Januari 2015

Het nieuwe jaar is er
een nieuw begin is
knallend aangekomen
veel lawaai dat weinig onthult
onvoorspelbaar en vol geheimen
net een granaatappel
wanneer ik iedere pit een voor een
afpluk en iedere morgen tegemoet ga
wil ik alleen een voornemen overhouden
dat ik volgend jaar al zijn geheimen
ontdekt heb en dat al zijn pitten rood zijn.  

©Nafiss Nia

December 2014

Als ik oxideer
niets meer leer
vast zit
in mijn antisfeer

als na de laatste pit
er niets meer
in deze appel zit

als ik niets meer
van de appel leer

als alleen de granaat
waaraan ik appelleer
rest als het verweer
dan is die laatste pit
ook de eerste weer 

©W

November 2014

Het zoete en zure granaatappelzaad 

Ik lees dat
als je zes granaatappelzaden eet per half jaar, je
een godin wordt met de naam Persephone. Je moet
terug naar Hades om opnieuw geboren te worden.
En ik hoorde dat
de Egyptenaren dachten dat de zon stierf als ze in
het westen onder ging.
En dat
huidveroudering een natuurlijk proces is. 

– binnenin mij zit mijn meisjesschaduw
van zijdevloei-

En ik weet
dat de zon mijn huid schuurt maar dat mijn
onsterfelijkheid in het zaad zit.

©Rinske Kegel

Oktober 2014

Vraag aan de wijsheid 

Ik weet dat de aarde zijn laatste nachtmerrie is:
welk beeld vertoont
de laatste druppel van de vissendroom?

Achter een gesloten deur
denkt een bloem aan de sleutel -
of aan een andere bloem?

Ik weet niet hoe ik de jasmijn moet begroeten
om heerlijk te ruiken.
Ik heb gezien hoe een blad van de boom valt
maar ik weet niet of de bladluis
voelt dat hij naar een andere planeet reist -
of denkt aan iets anders.

Ik weet niet hoeveel van de liefde overblijft
ik weet dat nu een meisje van de versleten boot
in een rivier valt waarvan ik de naam niet weet
de strik van haar losse haar op het water
is een krans op haar waterige graf
ik weet dat mijn dobber zwaar van gedachten is 
maar ik weet niet wat hij met zijn
volgende beweging uithaalt.

Ik weet dat je naam Golnaar* is
maar ik weet niet
welke granaatappel wordt verpletterd.

*De dichter speelt met het woord Golnaar dat in het Perzisch zowel een meisjesnaam is als  granaatappelbloesem betekent

©Fereshteh Sari (uit de bloemlezing Stegen van Stilte vertaald door Nafiss Nia)

September 2014

Daar lig je dan in je volle glorie
met je perfectie en fascinerende kleur
Je glanzende pareltjes lokken mijn aandacht
Waar ben je geboren?
Hoe kom je aan die mooie rondingen?
Je bent geen kers, geen appel en toch zo zoet en sappig
Vertel je verhaal!
Wie ging onder je moederboom schuilen en geheimen delen
Ik voel je kracht en je verwardheid voor het onbekende
Deel het mee door je te mogen proeven en aanraken
Je bent verrukkelijk! 

©Renata Kellerova

Augustus 2014

Kamers hangen uit hun voegen, als vlees
van een granaatappel tussen vliezen
de vloer trekt aan mijn voeten

straks buiken muren van vruchtvlees
naar binnen, kruipen
steen voor steen tegen mijn wangen
steeds minder mensen zullen ramen zien

©Hanneke van Eijken
Uit haar bundel Papieren veulens (uit de cyclus 'Dit huis'-III).

Juli 2014

Het geheim

de ruiter denkt zich reiziger
die met een oude bus de woestijn inrijdt
op weg naar de man die zich profeet noemt
langs de stenen maan
in de luchtspiegeling van de ruimte
het water slaapt in iedere zandkorrel
op weg naar de verboden tijd
om met een donker gezicht uit te stappen
hij vindt geen boek, geen lied
geen hartsgeheim
alleen de glimlach van een wilde granaatappel

©Daphne Kalff
geïnspireerd door verschillende gedichten uit de bloemlezing 'Stegen van Stilte' tijdens de poëzieweek Pernederlandisch

Juni 2014

Balkon met uitzicht

De bodem is onzichtbaar
ik voel de leegte, de lucht verkleurd
in mijn handen
ligt de granaatappel
als een stil leven
ik zoek de kleur
ren in tegenwind mijzelf voorbij
het is de grens
van elders willen zijn
op zoek

Waar is de levenslust?
los te laten?
de wil is vastgeroest
ik neem afscheid van wat was
wat als ik kan zijn
met dat wat is
wat als dat gewoon liefde is

De liefde
gevuld als een oergevoel
het is er
open

©Jan Jaap Kolpa 

Mei 2014

Gedicht ter verspreiding onder soldaten in oorlogsgebied  

we hebben elkaar nooit ontmoet
maar elke dag brengt je dichterbij
dus laat ik me vast voorstellen

ik ben de zus van je vrouw
ik ben de zus van je zus
ik ben de zus van je moeder

als je straks met alle geweld
geweld moet gebruiken
omdat de anderen dat ook doen

sla me dan sla me hard als het moet
sla de zus van je vrouw
de zus van je zus de zus van je moeder

blaf tegen me als tegen een hond
in het volle besef van wie ik ben
de zus van je vrouw van je zus van je moeder

maar onteer me niet maak me niet stuk
want je maakt de zus van je vrouw stuk
de zus van je zus de zus van je moeder

is dit hoe je vrouw jou ziet?
is dit hoe je zus jou ziet?
is dit hoe je moeder jou ziet?

ze zien een mens en geen beest
ze zien een man en geen beest
een zoon een broer een soldaat geen beest 

als je thuiskomt zul je mij zien
in de ogen van je vrouw in de ogen
van je zus in de ogen van je moeder

maar je huilt niet
huilen doe je pas als je kijkt
in de ogen van je dochter

de granaatappel
zul je nooit meer
willen eten

© Anne van Amstel

April 2014

Duizendrood

Bedaard scheert hij de clown van zijn gezicht

Dit hier is mijn hart, zegt ze
en houdt een rijpe granaatappel in de lucht

Een blik als van dat Tsjetsjeense meisje
gefilmd door haar beulen in de bergen -
de blik van iemand die al bijna niemand is

Dit hier ben ik, zegt ze zacht
en in de spiegel ziet hij haar geluidloos vallen

breken op het marmer, in duizendrood

©Sander de Vaan

Maart 2014

Ooit Nes Ziona

Mam en haar kleinparadijs
zijn verdwenen
mam en haar vruchtbomen
zijn van een
voorbije warme tijd 

in haar tuin
bloeide de amandel
in de perzik woonde
worm daarom
mochten we
de bloesem oogsten 

en de grote mango
elke twee jaar
zoveel zware vruchten
een harig soort 

maar de granaatappel
was de vreemdste snuiter
een worstelvrucht
met leren huid
het vruchtbloed rood als
het onze en dat van de buren

die moesten we leren snijden
aten we de harde pitten
ijskoud moesten we
ervan genieten
mams voorbije tijd

©Chawwa Wijnberg

Februari 2014

Hoe een granaatappel te ontmantelen

Voor Abdel Hafid Bouzidi

Mijn vriend die vreemd is met granaten, koestert
wel de Punica granatum. Terwijl hij de vrucht in zijn
handen draait, streelt, vertel ik hem waarom Persephone
vanwege de zaden elke zes maanden naar Hades terug
moest keren, dat Toetanchamon deze geharnaste vruchten
mee kreeg in zijn graf, en over Perzische gedichten waarin
de granaatappel, symbool van liefde en zon, bloeit.
Maar overleveringen reppen niet over het ontmantelen—
Mijn goede vriend die mij vaak onderwijst uit de Koran,
me zoetigheden aanreikt en Marokkaanse muntthee schenkt,
doet het me voor.
Geen gehannes met rare mesjes, een bijl of fruitzaagje.
Hij maakt eerst in de rondte een dunne snee in de huid.
Trekt krachtig maar behoedzaam de vrucht in tweeën.
Alle bloedrode edelsteentjes zijn nu zichtbaar.
Voorzichtig brengt hij inkepingen aan bij de zaadkamers,
duwt de schachten een klein beetje uit elkaar. Dan, vlak
boven diep bord keert hij de halve vrucht in zijn handpalm,
klopt met metalen notenkraker tegen de bast:
de zaden komen los, in de hand, op het bord, naar de
lippen, in de mond.


©Henk van Zuiden

januari 2014

Regen

De regen regent in beige.
In mijn tranen
regen ik onder de wijdste
paraplu, de oosterse wimpers. 

Het word donker hier,
donkerder is het in Kirkuk
in het bloed van
Arabieren, als het regent na  
een opgeblazen granaatappel
in een auto
in de handen van een kind
waar god nog niet voor bestaat.

©Narcis Zohrehnassab

december 2013

Misschien …

Een papaverstruik
hang ik om de hals van de zonneschijn
ik roep je
uit de stenen stegen.

Misschien kan een lied
mijn dromen bevatten
of een onrijpe granaatappel
op de toppen van de purperen aarde.

©Mohammad Ali Shakibaei (uit de bloemlezing Stegen van Stilte vertaald door Nafiss Nia)

november 2013

Spiegel

van alle dingen is de stem
het meest herkenbaar
soms hoor ik nog hoe
jij mijn naam uitsprak

zo kort en afgemeten
nu sprakeloos zitten bij
de kapper, alsof een wak
wordt neergelegd

en is de spiegel gevuld met
alles dat daar plaatsvindt, afspeelt,
granaatappels in partjes op de vensterbank,
ter decoratie verbeeld
geluiden plots gedempt

die persoon daar lijkt op jou
door een poort hierheen gebracht
hoorde ik opeens jouw stem lachen
heb ik net gedacht.

©Debby Visser

oktober 2013

De wilde granaatappel 

In mijn land
verbergt zich
onder iedere wilde granaatappelstruik
het geheim van de dood

iedere struik van een wilde granaatappel
verbergt
het hartsgeheim
van een veertienjarig meisje

wanneer zijn bloemen vurig rood zijn
en het hart op het punt van uitbarsten staat
blaast het meisje het geheim van haar ziel naar de struiken
de granaatappels worden rijp in eenzaamheid
bloedig en rood
als het meisje er niet meer is, smaakt iedere vrucht
naar het verdriet van een veertienjarig meisje
in mijn land.


©Jila Mosaed (uit de bloemlezing Stegen van Stilte vertaald door Nafiss Nia)

september 2013

Ladybird (Als herinnering aan mijn moeder)

Okergloed
en een licht breekt
uit de zee.

Op het achtererf ergens tussen het wasgoed
en een boom vol granaatappels
jouw lach en de ochtend
schielijk en klein
als een lieveheersbeestje
dat valt op mijn hand

©Ingrid Jonker (1933/1965)
Vertaling Gerrit Komrij (1944-2012)